woensdag
open v.a.
10:00
Bezoek ons
menu

Beleidsvisie Katwijks Museum vanaf 2020

Met dit beleidsplan beoogt het bestuur van het Katwijks Museum haar visie te geven op de toekomstige ontwikkeling van het museum en het in dat kader in de eerstkomende jaren te voeren beleid. Dit beleidsplan zal wanneer de omstandigheden dat noodzakelijk maken, worden aangepast. Het dan aangepaste beleidsplan zal het jaartal in de titel krijgen van het jaar waarin deze aanpassing haar beslag krijgt. Een beleidsplan moet wel minstens eens per vijf jaar worden herzien. Aan het beleidsplan zal jaarlijks een actieplan met financiële onderbouwing voor de korte termijn worden ontleend. Voor een dergelijke aanpak kan ons inziens worden gekozen vanwege de rustige ontwikkeling die een museum doorgaans doormaakt.

1. Inleiding

Het Katwijks Museum is de verzamelnaam van twee rechtspersonen, de vereniging Genootschap Oud-Katwijk en de Stichting Katwijks Museum. De vereniging stelt zich ten doel de belangstelling voor en de bestudering van de geschiedenis en de folklore van het dorp Katwijk te bevorderen. De stichting heeft als voornaamste doelstelling het museum te exploiteren. Om redenen van doelmatigheid hebben beide rechtspersonen een gezamenlijk bestuur en een gezamenlijke raad van toezicht.

Katwijk is gelegen in een in historisch opzicht interessant gebied. Bij de monding van de Rijn begon aan het begin van onze jaartelling de Limes, de noordelijke grens van het Romeinse rijk. Het gebied had daardoor strategische betekenis hetgeen leidde tot fortenbouw zoals de in zee verdwenen Brittenburg en het castellum in Valkenburg. De militaire aanwezigheid en de monding van de Rijn waren gunstige voorwaarden voor het ontstaan van commerciële activiteiten. Het zwaartepunt lag ter hoogte van het huidige Rijndorp. Het zeedorp met de vanaf het strand uitgeoefende visserij kwam in een veel later stadium tot ontwikkeling. Omdat door de eeuwen heen de visserij in het zeedorp het belangrijkste middel van bestaan was, richt het Katwijks Museum zich met name op de vissersschepen en de daarbij betrokken mensen. Talloze kunstenaars kwamen sinds 1870 naar Katwijk aan Zee om dit alles in beeld te brengen. Zo ontstond een kunstkolonie met vermaarde schilders zoals onder meer Jan Toorop, Willy Sluiter en B.J. Blommers, maar ook buitenlandse schilders waaronder Hans von Bartels en G. Morgensterne Munthe. Het Katwijks Museum heeft tezamen met het werk van de vele andere schilders een grote collectie opgebouwd. De veelzijdigheid van de vaste collectie en de aantrekkelijke tentoonstellingen worden door een groot publiek zeer op prijs gesteld. Binnen de museumwereld is in de loop der jaren veel waardering voor het museum ontstaan. Grote musea zijn bereid kunstwerken in langdurige bruikleen te geven. Tentoonstellingen weten vaak de landelijke pers te halen en bij tevredenheids-onderzoeken scoort het museum meestal hoog. Deze parel van de Duin- en Bollenstreek weet dit te realiseren met bijna uitsluitend vrijwilligers. Niet voor niets is het museum als zodanig officieel geregistreerd.

2. Omgevingsfactoren

Uit een onlangs verschenen publicatie van de Museumvereniging met informatie over het jaar 2018 bleek dat het museumbezoek in de lift zit. Landelijk steeg het aantal museumbezoekers met bijna 1 miljoen naar 32 miljoen. Een derde deel hiervan bestond uit buitenlandse bezoekers die ook volledig de groei voor hun rekening namen. Het aantal binnenlandse bezoekers bleef stabiel. Binnen deze groep steeg het aantal museumbezoeken in schoolverband en dat in gezinsverband. Bijna 9 miljoen bezoekers maakten gebruik van de museumkaart.

Indien tegen deze landelijke cijfers die van het Katwijks Museum afgezet worden, is dezelfde trend te onderkennen. Het aantal bezoekers schommelt de laatste jaren rond de 20.000 personen waarvan ruim 11.000 personen gebruik maakt van de museumkaart. Soms is ten aanzien van het aantal bezoekers sprake van uitschieters. Dat was in 2016 het geval met de Blommers-tentoonstelling en 2011 met het thema ‘Katwijk in de schilderkunst’. Beide tentoonstellingen hadden landelijke aandacht gekregen. Het museum is als ‘Museum van de kust’ een publiekstrekker waar winkelstand en horeca in het zeedorp behoorlijk van profiteren. Veel bezoekers komen uit andere delen van het land. De daarmee door het bedrijfsleven gegenereerde omzet is op minstens € 500.000 te benaderen. De conclusie is dat het van belang is zich te richten op aansprekende onderwerpen, ondersteund door aandacht in de media. Bovendien is het van belang de scholen intensiever te benaderen.

Een ander aspect is de invloed van het beleid van de gemeente Katwijk. Zoals het merendeel van de gemeenten in Nederland staat dat beleid in financieel opzicht onder invloed van het centrale overheidsbeleid in de voorgaande jaren. De decentralisatie bij met name de zorg heeft een grote aanslag op het gemeentelijk budget gedaan zodat gevreesd moet worden voor een beperking van de financiële bijdrage. Deze tendens is ook landelijk bij gemeenten zichtbaar. De laatste jaren is het aandeel van de gemeenten in de financiering van de musea gedaald van 58% in 2013 naar 51% in 2018. Overigens hecht de gemeente Katwijk aan de aandacht voor historie en identiteit van de verschillende kernen binnen de gemeente. ‘De musea vormen daartoe een middel en dienen zichtbaar te zijn in de Katwijkse samenleving’ (zie hoofdstuk 5.4 Musea van de Begroting 2019). Uit deze zinsnede blijkt de waardering van de gemeente voor de musea echter strijdig te zijn met de voortdurende afbouw van het subsidie. Daardoor dreigt het Katwijks Museum op termijn in financiële problemen te raken.

3. De organisatie van het museum

Musea zijn voortgekomen uit de verzamelingen van keizers, koningen en rijke burgers. Voor de reformatie waren ook kerkelijke leiders soms verwoede verzamelaars. Het grote publiek kon daar geen kennis van nemen. Daarnaast bestonden er verzamelingen in kerken en kloosters die vaak voor de gelovigen zichtbaar waren. Vanaf de 19e eeuw werden mondjesmaat musea opgericht. Aanvankelijk ging men uit van het conserveren van het verleden later zag men de rol van musea breder. De Internationale Raad van Musea (ICOM) heeft in 1946 de rol van de musea omschreven als instellingen die ten dienste staan van de samenleving en de ontwikkeling daarvan. Het museum ‘verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen’. Vanuit deze kerntaken is de organisatie van het Katwijks Museum opgebouwd.

Bezien wij de huidige stand van zaken dan is bij het Katwijks Museum sprake van een goed lopende organisatie in een informele sfeer. Het bestuur bestaat uit een algemeen bestuur (AB) en een dagelijks bestuur (DB). Het AB komt ongeveer vijf keer per jaar bijeen. Het bepaalt de strategie, beslist over belangrijke investeringen en de financiering daarvan, behandelt personeelszaken en andere het beleid beïnvloedende onderwerpen. Het stelt voorts het jaarverslag en de jaarrekening vast. Het DB vergadert in beginsel eens per twee weken en rapporteert over de besluitvorming aan het AB. Bestuursleden onderhouden minstens tweemaal per jaar contact met de aan hen toegewezen commissies en werkgroepen. Over hun bevindingen rapporteren deze leden aan het bestuur. Een onafhankelijke Raad van Toezicht houdt toezicht op de algemene gang van zaken in het museum en de uitvoering van het beleid door het bestuur. Daarbij staat de zorg voor de continuïteit van het museum centraal. In dat kader krijgt het behoud van de collectie bijzondere aandacht.

Met de kerntaken als uitgangspunt zijn twee groepen commissies e.d. te onderscheiden. De eerste groep bestaat uit de kernfuncties verwerven, behouden, onderzoeken en documenteren. De personen die hierbij zijn betrokken, werken achter de schermen. Zij beheren de collecties en streven naar uitbreiding teneinde de kwaliteit te verbeteren. De tweede groep presenteert, exposeert en verzorgt de educatieve rol. De bij deze kerntaak betrokken personen onderhouden het contact met het publiek.

De vraag kan gesteld worden in hoeverre de eerste groep noodzakelijk is voor de presenterende rol van het museum. Gesteld kan worden dat deze groepen passen in de hiervoor geformuleerde definitie van een museum. Inzicht in het verleden wordt namelijk gegeven en wel door het verzamelen en ordenen van data en objecten. De daardoor gevormde databanken kunnen van belang zijn voor wetenschappers en amateurhistorici met belangstelling voor de lokale historie. Interessant is in dit verband dat regelmatig archieven van bedrijven en organisaties worden aangeboden die voor de ontwikkeling van Katwijk van historische betekenis zijn geweest. Op grond van een evaluatie is het bestuur tot de conclusie gekomen dat deze werkgroepen passen in het aandachtsgebied van het museum. Bijzondere vermelding verdient de groep maritiem die in de loop der jaren een omvangrijk archief over de Katwijkse vissersvloot heeft opgebouwd. Dit archief heeft onder meer betrekking op alle schepen die vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw met een KW-registratie bekend zijn. Het standpunt van het bestuur is dat de werkgroepen niet in de museumorganisatie mogen ontbreken vanwege de betekenis in historisch opzicht.

De tweede groep die de kernfuncties presenteren, exposeren en educatie vertegenwoordigen, richt zich op het belangstellende publiek. De daarbij betrokken commissies treden in de openbaarheid. Het gaat hierbij om de Klederdrachtgroep, de Tentoonstellingscommissie, Educatie en de Suppoosten.

De klederdrachtgroep is in het verleden als eerste begonnen met optredens bij allerlei instellingen en evenementen om de klederdracht te tonen. Mede door deze groep werd aan de doelstelling van het genootschap inhoud gegeven. Ieder jaar werkt de groep een intensief programma af met tenminste acht presentaties in het gehele land. Het bestuur acht deze presentaties uit een oogpunt van naamsbekendheid van museum en genootschap van groot belang.

Geleidelijk heeft zich rond de schilderijencollectie de tentoonstellingscommissie ontwikkeld waarin veel deskundigheid is samengebracht. Deze verzorgt het permanent tentoongestelde deel van de collectie en stelt wisseltentoonstellingen samen die over het algemeen een expositieduur van enkele maanden hebben. Over de schilders en de kunstwerken waarop een grote wisseltentoonstelling betrekking heeft, wordt veelal een catalogus in de vorm van een boekwerk uitgegeven. Samenvattend is te stellen dat de creativiteit en de inzet van de vrijwilligers hier een belangrijke rol speelt.

De suppoosten zijn de gastheren en gastvrouwen van het museum. Zij bepalen voor de bezoekers een belangrijk deel van het beeld dat het museum uitstraalt en vormen het eerste aanspreekpunt. Een belangrijke rol bij de kennisoverdracht spelen de suppoosten die rondleidingen verzorgen. Hun deskundigheid is van groot belang. Bij grote belangstelling van bezoekers is goed te merken dat het museum aan de krappe kant is en dat de dienst doende suppoosten moeite hebben om de stroom belangstellenden op te vangen.

Een belangrijke taak voor musea is de educatie. De educatiecommissie geeft daaraan inhoud door gebruik te maken van al datgene wat het museum aan de hand van de vaste expositie en de wisseltentoonstellingen heeft te bieden. De activiteiten zijn van groot belang voor het in stand houden van de belangstelling voor cultuur en historie en bij met name de jeugd het kweken van die belangstelling. Voor de jeugd gebeurt dat groepsgewijs gespreid over het jaar. Voorts worden in het voorjaar de oudere groepen van het basisonderwijs met het museum in aanraking gebracht. Hiervan is de gemeente Katwijk een belangrijke promotor. In 2018 namen 1080 leerlingen aan dit programma deel. Onderzocht zal worden in hoeverre een programma voor volwassenen ontwikkeld kan worden. Katwijk is nu een uit fusie ontstane middelgrote gemeente die deel uitmaakt van een dichtbevolkte regio. Het risico bestaat dat de reeds eeuwen bestaande samenhang binnen de dorpsdelen op de duur gaat verdampen en tradities verdwijnen. Van belang is daarom dat de belangstelling voor het verleden van Katwijk onder de inwoners blijft bestaan. Onderzocht moet worden welke rol educatie hierin kan spelen.

Een aantal staforganen staat het bestuur terzijde om het museum operationeel te houden. Het gaat hierbij om het secretariaat, financiën, marketing, informatietechnologie, huisvesting en human relations. De bemensing bestaat uit werkgroepen en zelfstandig werkende personen met een specifieke deskundigheid. De marketing wordt verzorgd door de PR commissie. De overige taken worden uitgevoerd door maximaal twee personen die rechtstreeks rapporteren aan het DB. Een beheerder met zijn assistenten regelt de dagelijkse gang van zaken. Zij hebben als enigen een dienstverband via de Mare Groep. De activiteiten van de beheerder en zijn assistent zijn veelomvattend. De dagelijkse operationele taken worden door hem uitgevoerd. Hij is het aanspreekpunt voor dienstverleners en regelt opening van tentoonstellingen, onderhoudt het contact met cateraars bij allerlei evenementen zoals recepties e.d.. Hij heeft een jarenlange ervaring en een grote kunstkennis. Voor de continuïteit is het van belang een assistent te werven die in goed overleg met hem kan samenwerken en hem in de toekomst kan opvolgen.

4. De collectie

Een bijzonder aandachtsgebied betreft de uitbreiding van de kunstcollectie bestaande uit schilderijen, aquarellen, tekeningen en prenten. Hiermee is de commissie kunstaankopen belast. Doelstelling is om van iedere kunstenaar die in Katwijk heeft gewerkt, een of meer kunstwerken te verkrijgen. Voorts bestaat het streven een aantal werken te verwerven die een beeld geven van Katwijk aan den Rijn. Overigens behoort ook het hedendaagse Katwijk tot het aandachtsgebied. Indien over het heden interessante kunstwerken worden aangeboden, vergaart het bestuur de middelen om tot aankoop over te gaan. Vanwege het beperkte bedrag aan beschikbare geldmiddelen is het wel van belang prioriteiten te stellen bij de verwerving van kunstwerken. In dit verband zij opgemerkt dat bij de aankoop en het afstoten van kunstwerken de gedragsregels van de Museumvereniging worden toegepast. Dat is een voorwaarde voor de registratie als erkend museum. De werkgroep depotreorganisatie richt de schilderijendepots opnieuw in. De vraag is of in de naaste toekomst voldoende geklimatiseerde depotruimte beschikbaar zal zijn. Voor de naaste toekomst kan een belendende ruimte bij het depot betrokken worden.

Het behoud van de verworven kunstwerken is van groot belang. Het gaat hierbij om een bezit van grote waarde. Aangezien het restaureren en met name het onderhoud arbeidsintensief is en de beschikbare geldmiddelen beperkt zijn, is een voorbereidend onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van en de noodzaak om bepaalde schilderijen te restaureren. Uit deze inventarisatie bleek dat in dit stadium slechts voor een beperkt aantal schilderijen restauratie nodig wordt geacht. Ook zal regelmatig de staat van in het bijzonder de kostbare kunststukken worden beoordeeld. Deze kunststukken kunnen als de kroonjuwelen van het museum worden aangemerkt.

De bomschuit was in vroeger eeuwen het belangrijkste vaartuig waarmee de visserij vanaf het strand werd uitgeoefend. De in de zomer bij de vuurtoren geplaatste KW 88 is het laatste exemplaar van de kleinere schepen die gevaren hebben. Reeds enkele jaren vindt regelmatig overleg met de gemeente plaats om het schip in het museum te plaatsen. De plaatsing in de open lucht beperkt de levensduur van het schip aanzienlijk en leidt periodiek tot kostbaar groot onderhoud. De pogingen tot huisvesting in het museum zullen worden voortgezet. Voor de daarvoor benodigde uitbouw van de expositiezaal is reeds een tekening beschikbaar.

5. Human relations

Uit hoofdstuk 3 blijkt dat bij het Katwijks Museum sprake is van een complexe organisatie die met uitzondering van de beheerder en zijn assistent volledig bestaat uit vrijwilligers. Hun aantal schommelt rond de 180 personen. In vergelijking met andere musea van dezelfde grootte is de professionele staf bij het Katwijks Museum zeer klein. Het is de vraag of in de toekomst volstaan kan worden met een dergelijk kleine professionele staf en of uitsluitend op vrijwilligers gesteund kan worden. Maatschappelijk neemt de behoefte aan vrijwilligers namelijk sterk toe. Steeds meer zijn familieleden als mantelzorger ingeschakeld om familieleden bij te staan. De vergrijzing door de grotere levenskans leidt tot een hogere pensioengerechtigde leeftijd, waardoor potentiële vrijwilligers enkele jaren later beschikbaar komen. Bovendien doen steeds meer andere organisaties een beroep op vrijwilligers.

Vorenstaande ontwikkelingen kunnen een grote bedreiging vormen voor de continuïteit van het museum. Naar de mening van het bestuur zal periodiek deze problematiek bij de gemeente aan de orde moeten worden gesteld. Het gaat daarbij in eerste instantie om een tweetal functies, namelijk die van een algemeen directeur en een conservator. Vereist zal zijn dat de directeur op een verantwoorde manier met het bestuur enerzijds en de vrijwilligers anderzijds goed moet kunnen communiceren. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk vrijwilligers bij de uitvoering betrokken blijven.

Specifieke aandacht vraagt de bezetting van de groep suppoosten. Voor de continuïteit van de groep als geheel behoeft niet gevreesd te worden, maar een uitbreiding van de groep is nodig om tot een verantwoorde inroostering en taakverdeling te komen. Bovendien is de sterke veroudering van de groep een zorg.

6. Informatietechnologie

Binnen het museum is in de loop der jaren een omvangrijke digitale infrastructuur opgebouwd. Zonder een dergelijke infrastructuur is het tegenwoordig voor een museum niet mogelijk om aan de huidige eisen te voldoen. De uitbouw en het beheer van het daarvoor benodigde netwerk is in handen van een beperkte groep vrijwilligers die over de vereiste deskundigheid beschikken. Een belangrijke taak is namelijk om de hard- en software te laten voldoen aan de gangbare eisen. Dat betekent dat regelmatig modernisering en uitbreiding nodig is. Zij onderhouden daartoe het contact met externe professionele dienstverleners. Een project dat thans in uitvoering is, heeft betrekking op het digitaal toegankelijk maken van de collectie voor de buitenwereld door middel van The Museum System (TMS). Een probleem dat zich daarbij voordoet, is het voorkomen van een ongeoorloofd gebruik van de collectie. Naar een oplossing wordt gezocht. Voorts wordt gewerkt aan het verder digitaliseren van de collecties, een project waarmee nog vele jaren gemoeid zullen zijn. Het is het streven meer flatscreens te plaatsen om het gebodene nog inzichtelijker te maken voor het publiek.

7. Public relations

De taakopdracht van de werkgroep bestaat uit het vergroten van de naamsbekendheid van het museum, het borgen van de kwaliteit van de communicatie zowel intern als extern, het bevorderen van het bezoek en de uitbreiding van het ledental van het genootschap. De groep bestaat uit vijf personen die ieder op hun terrein over specialistische kennis beschikken. In dat verband is de continuïteit als kwetsbaar aan te merken. Bovendien is de leeftijd van de meeste leden hoog. Werving is daarom van wezenlijk belang.

Sprake is van een zeer serieuze activiteit die van vitaal belang is om het museum en het genootschap op een hoogwaardige en structurele wijze onder de aandacht te brengen. Daarom zal aan de communicatie met en de toelevering van informatie door bestuur en commissies bijzondere aandacht worden gegeven. Adverteren in de papieren media is slechts beperkt mogelijk door onvoldoende financiële middelen. Daarom is het van groot belang intensief gebruik te maken van de sociale media. Dat is een specialisme van een der leden van de groep. Dit communicatiemiddel wordt thans reeds door velen geraadpleegd en dient waar mogelijk verder te worden uitgebouwd. De website zal minstens eens per vijf jaar een volledige aanpassing aan de nieuwste trends moeten ondergaan. De periodiek publicaties in De Katwijksche Post zijn succesvol. Een effectiever gebruik van Facebook is noodzakelijk om het aantal volgers uit te breiden.

8. Financieel beheer

De beide rechtspersonen van het Katwijks Museum hebben ieder een eigen financiële administratie waaraan de jaarrekeningen van vereniging en stichting worden ontleend. De exploitatie van de vereniging is sluitend. De door de gemeente aan het genootschap verstrekte subsidie wordt volgens afspraak geheel besteed aan kunst. De financiële conditie wordt in feite geheel bepaald door de stichting die het museum exploiteert. Het vervolg van dit hoofdstuk heeft daarom volledig betrekking op de stichting.

Tot en met het eerste decennium van deze eeuw kon het museum dank zij een adequaat subsidiebeleid zich financieel goed bedruipen. Daardoor was het mogelijk financiële verplichtingen aan te gaan die uitbreiding met expositiezalen en de aankoop van de kelder en de filmzaal mogelijk maakten. Daarna is de subsidiëring in enkele stappen verlaagd, De eerste keer gebeurde dat in 2012 toen de gemeente met haar bezuinigingsplan ‘Scherp aan de wind’ het subsidie met 10% verlaagde. Een sluipende bezuiniging vond sindsdien plaats doordat de gemeente stelselmatig indexering achterwege heeft gelaten. Het cumulatieve effect hiervan was tot en met 2018 te benaderen op eveneens 10%. De thans aangekondigde nieuwe bezuinigingsronde zal een nieuwe aanslag op de bestedingsruimte van het museum gaan betekenen. De omvang hiervan is thans nog niet bekend, maar de totale reductie van de drie maatregelen zal zeker de 25% benaderen. Indien de gemeente het museum hiermee confronteert, zal in samenhang met andere bedreigingen op de middellange termijn sterk aan de continuïteit van het Katwijks Museum moeten worden getwijfeld.

9. Tenslotte

De grote uitdaging voor de komende jaren zal worden de huidige cultuur van het ‘in goede harmonie samenwerken’ te continueren. Daarom moet de vrijwilligersorganisatie gekoesterd worden als een kostbaar immaterieel actief. De vrijwilligers vormen niet alleen een hobby-organisatie, maar zij voelen zich geroepen het Katwijks culturele erfgoed voor toekomstige generaties te bewaren. Gelukkig kunnen wij ons verheugen in een groot en enthousiast vrijwilligersbestand dat daartoe bereid is. Daarbij kan overigens wel de vraag gesteld worden of op de lange termijn wel voldoende vrijwilligers voorhanden zullen zijn. Te verwachten is dat in de komende jaren een groter aandeel in de personele bezetting van professionals nodig zal zijn.
 

Katwijk aan Zee, 9 december 2019
Het bestuur

Wilt u het Katwijks Museum steunen? Doneer dan nu online!

©2021 Katwijks Museum | Privacy | Webontwikkeling: 2nd Chapter